Jawel, ik zit alweer achter mijn eigen vertrouwde PC, al een week ongeveer. Maar die foto’s, die moeten nog even wachten hoor. Tot het huis er iets minder uitziet alsof er een bom is ontploft. Want al hebben best wel veel dingen hun eigen plekje inmiddels gevonden, best wel heel veel andere dingen (boeken, bijvoorbeeld. Of wol. Mijn hemel…) ook nog niet.
Bovendien wonen er in dit dorp meer spinnen dan mensen (niet dat ik bang ben voor spinnen, maar het ziet er zo slordig uit, al die webben), en hebben we ook nog een mystery guest in de vorm van een slak die (echt, ik lieg niet) elke nacht uit het (heel seventies, in de vloer verzonken) verwarmingsrooster komt geslopen, mijn nieuwe rode mat helemaal volcirkelt met slijm en zich dan weer snel verstopt. Jullie begrijpen dat ik het schoonmaken van het rooster nog steeds voor me uit schuif. Ik durf er alleen van ongeveer een meter afstand naar te kijken, me verbazend over de hoeveelheid spinnewebben en slakkenslijm aldaar.
Oja, en dan is het ook nog warm. Trouwe lezers van dit weblog weten dat bij mij de energiestand dan naar ongeveer -200 keldert. En dus gebeurt er hier helemaal niks. Dit is alweer de derde dag dat ik alleen thuis ben met het kleine meisje; de grote jongen is op zijn jaarlijkse kampeeruitje met opa en oma – en ik kan jullie wel vertellen, de lamlendigheid heeft genadeloos toegeslagen. Al drie dagen neem ik me voor, zoals het een goede pas verhuisde huisvrouw betaamt, de ramen eindelijk eens te lappen, en al drie dagen lang kom ik niet verder dan bewonderend naar mijn twee nieuwe zemen staren. Misschien dat ik vandaag eens uit de band spring. Misschien bak ik wel een cake.