Ik was altijd een hele stoere moeder, vond ik zelf. Kind naar het kinderdagverblijf? Nou, graag! Zorgen jullie maar goed voor hem, ga ik lekker aan het werk.
Das war einmal. Tegenwoordig geen stoerdoenerij meer. Tegenwoordig word ik geleefd – door de hormonen. En die zijn nog steeds zo op hol, dat ik zelfs bij de aankomst van de goede Sint op tv al bijna zit te snikken. Oho-o-ho, wat liiieeefffff, al die kinder-her-tjes met vlaggetjes, en kiiijjjkkkk nou to-hoch, Olivier, snif, daar is de Si-hint!
Je kunt je dus wel voorstellen hoe ik me vanochtend voelde. Want daar ging hij, met zijn nieuwe rugzakje. Slik. Hij dacht eerst nog dat we naar het kinderdagverblijf gingen. “Maar mama, de Glimlach is die kant op, hoor!” “Ehm, nee Ol, we gaan niet naar de Glimlach. We gaan naar school!”
Stilletjes zat hij tegen me aangekleefd, met één bil op een klein kleuterstoeltje. En toen alle kindertjes gingen zingen, hield hij angstig zijn mond en greep mijn hand. Och jongetje, kom, laten we weer gaan… Nee, natuurlijk niet. Dat doen stoere moeders niet. Even later, nadat hij een verjaardagstractatie had verorberd, vertelde hij al dapper tegen juf Corrie dat we thuis óók een zandbak hebben hoor, maar dat die wel een beetje nat is nu. Toen hij daarna samen met een klasgenootje met de autootjes en de blokken mocht spelen, was de zaak beklonken. Daa-haag, mama! Kus en een knuf, en tot straks!
Snfff.