Las bij Patriesje een stukje over de uitverkoop. Ook ik zal er aan moeten geloven. Mijn na de bevalling aangeschafte kleren zakken namelijk af. Ahum. Niet echt elegant, zo’n zak om je billen. Dus heb ik braaf een flesje gekolfd en ga ik morgen het Maastrichtse uitverkoopgewoel in. Er zijn vast mensen die daar een moord voor plegen, maar mij doe je er geen groot plezier mee. Winkelen, dat vind ik een noodzakelijk kwaad.
Zo niet mijn zus en moeder, die kunnen úren in een zaak rondhangen. Want je weet maar nooit wat er tussen zit! Ik heb daar de puf en het geduld niet voor. Bij voorkeur ga ik dan ook alleen, want anders wordt mijn medewinkelaarster (meestal mijn lieve zus) chagrijnig. (Dat wordt ze sowieso, want ik heb de nogal onhebbelijke gewoonte haar ervan te willen overtuigen dat ze iets al in minstens 10 varianten in de kast heeft hangen… Dat heeft ze ook, echt!
)
Gewoonlijk weet ik in één oogopslag of ik iets ga kopen of niet. Geen gewik en geweeg, geen “maar ik heb vast wel iets dat erbij past en het kost maar 10 Euro!”. Aantrekken, één blik erop in de spiegel, uittrekken en bij positieve beoordeling kopen, anders genadeloos terug in het rek. En alstjeblieft géén verkoopsters met commentaar… Brrrr.
Nu maar hopen dat de weergoden me genadig zullen zijn morgen. Want kleren passen met een nat lijf, dat is zo mogelijk nóg erger! Hum. Ik denk dat ik mezelf maar vast een echte Limburgse draadjeskroket beloof, bij wijze van zoenoffer.