Archief voor de categorie ‘beestjes’

Meesje

Er vliegt een koolmeesje tegen het raam op, al drie dagen lang. Boven op zolder en beneden tegen de tuindeur. Ik weet niet wat het wil, maar het geeft niet op. Het gaat dichtbij zitten, op het puntje van de konijnenren of op de waslijn van het dakterras. Het kwettert. Het spant het lijfje aan, het spreidt de vleugeltjes, en dan lanceert het zich. Nu gaat het lukken! Maar het raam geeft niet mee.

Zo voel ik me ook. Alleen wil ik niet naar binnen, maar juist naar buiten, mijn hoofd uit. Maar het hoofd geeft niet mee.

Wat zou het koolmeesje binnen willen? Zou het blij op onze haren willen zitten? Zou het mee willen pikken van de hutspot-met-jus? Een badje willen nemen in de pan met water in de gootsteen? Misschien wil het wel soezend tussen ons in zitten op de bank ’s avonds met een heel klein beetje warme chocolademelk en een kruimeltje koek. Met de veertjes opgezet, een beetje slordig, zoals vogeltjes dat doen. Zou het dan ook mee naar boven willen? Op het hoofdeinde van ons bed een mezenslaapje doen?

Misschien wil het gewoon even wat aanspraak. Even weg uit de mezenwereld, de dingen van een andere kant bekijken.

Maar weet je, meesje, binnen is ook niet alles. Want als je alles hebt onderzocht, wat dan? Dan blijf je toch die muren tegenkomen. Dan is de tuindeur dicht, en de zolderdeur ook. En dan? Dan zit je vast, opgesloten. In een te warm, benauwd huis, zonder andere meesjes. Zonder wind door je veren. Zonder zon op je snavel. Ik zou het niet doen. Ik zou eieren voor mijn geld kiezen en heel hard de andere kant op vliegen. Naar het onbekende, naar de wijde horizon. Wie weet wat je allemaal tegenkomt.

Meesje, ik heb een idee. We sluiten een deal. Jij gaat naar jouw horizon, ik naar de mijne. Ik schud met mijn hoofd tot alles rammelt. Ik onderzoek, ik maak nieuwe verbindingen in mijn brein. Ik doe net alsof ik niet bang ben voor het onbekende, en ik gooi mijn deuren wagenwijd open.

En van het voorjaar, meesje, wanneer het kriebelt, dan kom je even terug. Dan kom ik je tegemoet en dan laat ik de tuindeur open, zodat je heel even binnen kunt kijken. En daarna mag je in ons nestkastje achterin de tuin. Goed? Afgesproken.

splat

Ik weet dat het een beetje zielig is, maar mijn god, wat heb ik een hekel aan slakken. Van die bruin-groen gevlekte naakte, die ineens middenin de woonkamer opduiken. Alsof ze zomaar, splat, van het plafond naar beneden zijn komen vallen. Toen we hier net kwamen wonen, doken ze met zijn honderden tegelijk op, nu is het er nog eentje hier en daar, zeer sporadisch. Maar ze blijven net zo vies. En je denkt toch niet dat ik ze zo tussen duim en wijsvinger pak, hè. Yuck.

dag, Marie

Ach… die arme Marietje is niet meer. Ze zag er al erg slecht uit de laatste tijd en scharrelde als een oud dametje door haar kooi, op zoek naar licht verteerbare, zachte hapjes.

We hebben haar maar begraven onder het konijnenhok, bij de andere overleden hamstertjes. Dag, beestje!

krak

O nee, ze zijn er weer. Slakken. Overal slakken. Ik heb niets tegen de beestjes, maar ik vind niets erger dan het geluid onder mijn voeten als ik er per ongeluk op ga staan. Het onbeschrijfelijke leed. Krak, daar gaat je huis. Splash, daar ga je zelf. Bestaat er iets ergers?

Sorry, slakken. Duizendmaal sorry. Ik doe mijn best, echt. Maar het is niet makkelijk, ’s avonds laat in de stromende regen. Of ’s ochtends vroeg manoevrerend met de fiets, 15 kilo kleuter achterop.

Het spijt me.

(Dat doet me denken aan het allerbeste verhaaltje van Toon Tellegen, over een beestje dat zich overal voor verontschuldigt… Was het een bladluis? Ik moet het eens opzoeken.)

konijntje

DSC02907, originally uploaded by meike.

Hij is klaar! Gisteren van de naalden gekomen: mijn konijntje met truitje. Moet alleen nog even een staartje maken, maar daarvoor moet ik eerst Pieters passer zien te vinden. Want zo uit de hand twee even grote cirkeltjes met een gaatje knippen voor een pom-pommetje, nou, dat gaat dus niet lukken. 🙂

Door naar het volgende beestje! Waarschijnlijk nóg een konijntje, maar dan van lichter garen, iets kleiner, en met een jurkje in plaats van een truitje. Gewoon het zusje van deze, zeg maar. Wat ben ik blij dat ik het breien herontdekt heb! Ik amuseer me kostelijk. 🙂

klaar!

het leukste hondje ooit :)Hij is af! Mijn versie van het leukste hondje ooit! 🙂 Precies 1 maand heb ik erover gedaan, phew. Viel nog niet mee; uitzoeken hoe het hoofdje in vredesnaam in elkaar moest en het vervolgens zo netjes mogelijk proberen te naaien kostte bijna meer tijd dan het breien van al die kleine stukjes. Wel fijn weer wat nieuwe technieken geleerd daardoor, ook nooit weg. Morgen ga ik nog wat foto’s bij daglicht nemen.

Edit: alle foto’s die je maar zou willen zien staan hier. 😉

nieuwe

Soms wou ik dat ik een bijna-vierjarige was.

“Waar is Bolke, papa?”

“Bolke is dood, Olivier, die heb ik gisteren naar de dierenarts gebracht.”

“O. Maar ga je hem dan straks weer ophalen?”

“Nee, dat kan niet, hij is dood.”

“O. Nou, dan gaan we straks toch een nieuwe kopen!”

wang

BolkeHumm. Het is wel de week van de beestjes, zeg. Gisteren Jippie laten inslapen, en zojuist ontdekte ik tijdens het verschonen een vreemd gezwel in de wang van Bolke de cavia. Hij lijkt er zelf weinig last van te hebben; zijn mond hangt wat open, en volgens mij mist hij een stuk tand, maar ik mag wel gewoon overal aankomen en hij lijkt ook gewoon hooi te kunnen knabbelen. Iemand verstand van rare caviawangen? Misschien toch eens een dierenarts bellen…

19.30 u.: Nou, ik ben er wel weer even klaar mee voorlopig. Meteen vanavond een afspraak bij de dierenarts, en zojuist kwam Pieter terug met een lege kooi. We hebben Bolke ook moeten laten inslapen. Klote.